Ik wil deze morgen een verhaaltje vertellen. U vraag zich misschien af waarom? Omdat die eenvoudige vertelling - die ik deze week zelf las - mij een antwoord gaf op een vraag waar ik al heel lag mee worstel. Ik hoop dat het straks voor u ook duidelijk zal zijn waarom ik het vandaag, als inleiding op de viering van het Avondmaal, vertel.
Er waren twee kinderen, een jongen en een meisje, die we Jantje en Marietje zullen noemen, die bij hun groot ouders woonden. (Vraag me nu niet waarom, maar in zo'n verhaaltjes wonen kinderen blijkbaar altijd bij hun grootouders).
Op een dag verveelde het jongetje zich verschrikkelijk. Hij liep zowat rond op het erf en in de bosjes achter het huis van zijn grootouders en uit verveling begon hij met stenen naar de vogels te gooien, naar de mussen en de merels die daar rondhuppelden. Veel kwaad kon dat niet, want die beesten vlogen natuurlijk weg voor de steen hen kon raken.
Maar op zeker moment liep het toch mis! Jantje smeet een vrij grote steen naar een groepje merels, maar die steen kwam terecht tegen het hoofd van een gans. Die gans was zo'n beetje het troeteldier van zijn oma en dat brave beest overleefde de klap niet en bleef dus dood liggen.
Jantje schrok natuurlijk verschrikkelijk. Hij keek angstig rond of niemand had gezien wat hij had aangericht. En hij besloot om de dode gans maar stilletjes weg te slepen en onder een bosje te verstoppen. Maar toen hij daarmee klaar was merkte hij, tot zijn ontzetting, dat Marietje, zijn zus, een beetje verder stond toe te kijken. Ze zei wel niets, maar keek hem scherp aan, draaide zich toen om en liep weg.
's Avonds na het avondeten verdween grootmoeder naar de keuken en ze riep naar Marietje: " Kom, meisje, het is jouw beurt om te helpen met de afwas". Maar Marietje riep terug: "Dat weet ik, oma, maar Jantje heeft gezegd dat hij vanavond graag wil helpen". En voor haar broertje kon protesteren siste ze hem toe: "Denk aan de gans!"
De volgende morgen, na het ontbijt, vroeg grootvader aan Marietje om met hem mee naar de markt te gaan. Maar Marietje zei: "Dat wilde ik graag doen, opa; maar Jantje heeft gevraagd of hij vandaag niet mee naar de markt mocht". En weer keek ze haar broertje scherp aan en zei stilletjes: "Denk aan de gans!"
Zo ging dat een hele week verder. Maar na een week kon Jantje het toch niet langer uithouden. Hij ging naar zijn oma, vertelde wat er met de gans was gebeurd en vroeg om vergeving. En tot zijn verbazing antwoordde zijn oma:
"Ik wist wat je gedaan had. Ik stond hierboven aan het raam en ik heb alles gezien wat er gebeurde. Maar omdat ik van je hou heb ik je ook onmiddellijk vergeven. Ik was alleen benieuwd hoe lang Marietje je als haar knechtje zou gebruiken, omdat jij mij niet durfde vertellen wat je gedaan had!"
Waarom vertel ik dit deze morgen? Telkens wij avondmaal vieren nodig ik de Gemeente uit om na te gaan of er niets is tussen ons en de Heer, tussen ons en onze broeders en zusters. Telkens wijzen we erop dat het nodig is dat we onze zonden voor de Heer belijden en Hem om vergeving vragen.
Maar, eerlijk gezegd: vaak heb ik mezelf de vraag gesteld waarom dit nu nodig is. God weet toch welke zonden ik gedaan heb? En ik weet toch dat Hij me, door het werk van de Heer Jezus, vergeving heeft geschonken? Waarom moet ik dan mijn zonden belijden en Hem om vergeving vragen?
Wel, bij het lezen van dit verhaal wist ik meteen het antwoord! God wil niet dat ik mijn zonden belijd omdat Hij niet zou weten wat ik gedaan heb; Hij heeft die belijdenis niet nodig. God vraagt niet dat ik om vergeving vraag omdat Hij van die vraag om vergiffenis beter wordt; Hij heeft me inderdaad vergeven!
God wil dat ik mijn zonden belijd omdat ik dat nodig heb; dat ik om vergeving vraag omdat ik dat nodig heb! Want als ik nalaat om mijn zonden te belijden en vergeving te vragen, dan zal Satan daarvan gebruik maken om mij opnieuw tot zijn "knechtje", tot zijn "slaafje" te maken. Hij wil de vrijheid, die ik in Jezus mag hebben, zo graag afnemen!
Hij zal mij onder te knoet trachten te houden, door me steeds weer in te fluisteren: "Ben jij een kind van God? Kijk eens wat je weer gedaan hebt... denk aan de gans!".
Hij zal van die toestand gebruik maken om me ervan te weerhouden om te bidden: "Durf jij met de Heer gaan praten? Durf jij hem nu om een gunst vragen? Denk aan de gans!"
Hij zal me proberen te weerhouden om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal: "Kan jij aan de tafel van de Heer plaats nemen? Denk aan de gans!"
Wel, dat is hetgeen "de gans" mij heeft geleerd en wat ik deze morgen wilde doorgeven: ik heb het nodig om mijn zonden voor de Heer te belijden; ik heb het nodig Hem om vergeving te vragen... om te voorkomen dat ik opnieuw "slaaf" wordt van mijn zonden.© Jezus Heer gemeenschap vzwnaar boven
.jpg)
| HOME | JEZUS REDT | JEZUS GENEEST | KENT U JEZUS | ARTIKELEN | BIJBELS | BIJBELSTUDIE | JEZUS KOMT |
|---|